18-02-14

Siegen – Leven binnen en buiten de kazerne

De dienstplichtige soldaten en BV’s (soldaten en korporaals Beroeps Vrijwilligers) van 1 Cie Mat  leefden (woonden) in de kazerne en sliepen in kamers met meerdere bedden die soms met 2 op elkaar gestapeld waren. Een oudere BV kon al eens een eigen kamer op de kop tikken.

De  dienstplichtige KROO’s (Kandidaat Reserve Onderofficieren) van 1 Cie Mat hadden ook iets meer kans om een eigen kamer, of een kleinere gemeenschappelijke, te bemachtigen in de kazerne.

Buiten de diensturen mochten de dienstplichtigen het kwartier verlaten maar tenzij ze over een nachtvergunning beschikten, moesten ze te  22.00 uur terug in de kazerne zijn. Ze kropen dan wel eens door een gat in de omheining i.p.v. langs de wachtpost te passeren.

In de grote regimenten werd te 23.00 uur nog het doven van vuren en lichten geblazen.

De BV’s en de beroepsonderofficieren die een kamer hadden in het kwartier mochten in tegenstelling tot de dienstplichtigen buiten de diensturen het kwartier verlaten en terugkeren wanneer ze wilden.

Wanneer een jonge ongehuwde BV of ongehuwde onderofficier  buiten het kwartier wou gaan wonen, had hij daartoe eerst de toestemming van de Korpscommandant nodig.

In de kazerne waren er kamers voor de dienstplichtige soldaten, voor de  KROO’s, voor  BV’s en voor beroepsonderofficieren.  BV’s en beroepsonderofficieren die gehuwd waren, maar waarvan de familie in België verbleef, kregen ook een kamer in het kwartier.

Ongehuwde actieve officieren en KRO’s (Kandidaat Reserve Officieren) hadden een kamer voor zich alleen in de Mess Officieren. In bijna al de garnizoenen was de Mess Officieren BUITEN de kwartieren gelegen, of er was een rechtstreekse toegang waardoor de officieren niet langs de wachtpost moesten passeren.  Aan niet gehuwde actieve officieren en KRO’s waren geen uitgangsbeperkingen opgelegd.
Gehuwde officieren wiens familie in België verbleef kregen eveneens een kamer in de Mess Officieren, ook aan hen waren uiteraard geen uitgangsbeperkingen opgelegd.
De officieren waren niet onderworpen aan specifieke werkuren; toch was het gebruikelijk om gedurende dezelfde periode als de andere personeelscategorieën in de kazerne aanwezig te zijn. Ze regelden hun werk zelf en bleven ook na de werkuren en tijdens de weekends wanneer zulks voor de dienst noodzakelijk was. Er was daarvoor geen financiële tegemoetkoming of recuperatie in tijd voorzien.

Al de lagere officieren van al de eenheden uit Siegen (behalve dokters en apothekers) namen deel aan de rol “Officier van permanentie”; dus ook de officieren van 1 Cie Mat. Die officier  was dan 24 uren van dienst in de staf van de 1 Ps Inf Bde op de Heidenberg en moest ervoor zorgen, zeker gedurende de nacht, dat binnenkomende alarmen zo spoedig mogelijk naar al de eenheden verspreid werden.

Gehuwde BV’s, gehuwde onderofficieren en gehuwde officieren die met hun in familie in Duitsland verbleven, woonden buiten de kwartieren. Via de DHF (Dienst Huisvesting Families) werd hen een huis of appartement ter beschikking gesteld. Ook meubels, lusters, gordijnen, konden ze in bruikleen krijgen via de DHF.
Ze woonden in militaire woonzones die per personeelscategorie (BV, onderofficier, officier) meestal van elkaar gescheiden bleven. Ze betaalden geen huur maar wel gas, elektriciteit, water en verwarming.
Voor wie de DHF geen appartement of huis meer ter beschikking had,  was er een wachtlijst. De militair mocht dan eventueel zelf iets huren en ging dan tussen de Duitsers wonen i.p.v. in een militaire woonzone. Een gedeelte van de huur werd dan elke maand door het leger terugbetaald. Ook in dat geval kon de militair meubels, enz. in bruikleen krijgen via de DHF.

In die tijd gebeurde een verhuis van en naar de BSD en in de BSD, nog met militaire camions, waarbij de dienstplichtige soldaten hielpen bij het laden en het lossen van de huisraad. Veel militairen hadden geen eigen meubelen in de BSD vermits ze toch kans liepen om af en toe naar een andere eenheid te moeten muteren. Na enkele mutaties bleef van eigen meubelen na een verhuis met militaire camions immers niet veel meer over.
Vooral de officieren in de kleine logistieke eenheden muteerden ten gevolge van hun bevorderingen veelvuldig.  In de grote regimenten was dat veel minder het geval omdat daar bij bevorderingen een rotatie tussen diverse compagnies (escadrons) of pelotons binnen datzelfde regiment mogelijk was.
BV’s en onderofficieren konden soms hun ganse carrière in eenzelfde eenheid in hetzelfde garnizoen blijven, voor de officieren was dat niet het geval.

De militairen die met hun familie buiten de kazerne woonden, werden bij alarm buiten de diensturen met camions thuis opgehaald. De families werden uit hun bed gebeld en de militair trok meteen zijn gevechtsuitrusting aan. In de eenheid moest de kitbag altijd klaar liggen met alles erin om een langere periode niets tekort te komen. De individuele wapens werden uitgedeeld. De families bleven gans die tijd in het ongewisse; waar gaan  ze naartoe en voor hoelang? Grote NAVO-oefeningen van meerdere dagen of weken, ergens in West-Duitsland, konden met zulk een alarm van start gaan.  Gewone steunperiodes en schietoefeningen in Vogelsang en Höhne werden vooraf aangekondigd.

Beroepsmilitairen die in de BSD verbleven mochten een auto kopen “in transit”, zonder er BTW te moeten op betalen; ze reden dan met een BZ-plaat (ondersector van de British Zone) met witte letters op een zwarte achtergrond.  Ook de inwonende familieleden van een militair (echtgenote, oudere kinderen) mochten een auto kopen in transit en kregen eveneens een BZ-plaat. De jaarlijkse autokeuring (BZ-inspectie) van die privévoertuigen gebeurde niet in België maar in 1 Cie Mat.
Bij definitieve terugkeer naar België moest het privé voertuig dan bij de douane ingeklaard worden en werd BTW betaald op de geschatte waarde van dat moment. De militaire “sectie grensliaison” in Eynatten was administratief behulpzaam bij verhuizen tussen België en Duitsland.

Voor hun privévoertuig hadden de beroepsmilitairen en ook hun families recht tot aankoop van Schell benzinebons, waarmee ze goedkoop in Duitsland konden tanken. Die benzinebons waren gerantsoeneerd; hoe verder men binnen Duitsland gekazerneerd was, hoe meer benzinebons men mocht kopen.

In Siegen was er een CMC op de Heidenberg; een militaire winkel waarin de families van de militairen aan de artikelen geraakten die ze uit België gewoon waren maar die toen in de Duitse winkels moeilijk of niet te vinden waren. Voornamelijk koffie, boter, vlees, charcuterie, groenten, dranken (Belgische bieren). Ook sterke dranken waren er zeer goedkoop. Met hun CMC-kaart konden de families ook terecht in de PX shop van de Amerikanen in Wiesbaden (waar vooral dure audio apparatuur gekocht werd), of in de NAAFI winkels bij de Britten, alsook bij de Canadezen en de Fransen.

De beroepsmilitairen konden de Duitse BTW (mehrwertsteuer) voor grote aankopen in Duitse winkels (bvb een wasmachine, een TV) via de CMC terugvorderen.

In het garnizoen was een “medisch huis” waar de families van de militairen terecht konden; de militaire dokter (soms een KRO) deed ook huisbezoeken. Voor ernstige gevallen en geboortes konden de families terecht in het Belgisch Militair Hospitaal in Köln (90 km rijden en er lag toen nog geen autobaan naar Siegen).

De militairen konden in Siegen terecht in1 Cie Med voor een consulatie of een tandarts. 1 Cie Med beschikte over militaire dokters en KRO-dokters.

Er was in Siegen een militaire cinema, een militair zwembad en een familieclub waar ook de families terecht konden… wie vertelt hier iets meer over ?

De kinderen van de militairen gingen in Siegen naar Belgische scholen en op latere leeftijd  werden ze de zondagavond met een militaire bus opgehaald en naar het atheneum in Bensberg gebracht. De vrijdagavond werden ze terug thuisgebracht… wie vertelt hier iets meer over ?
Het onderwijzend personeel was gelijkgesteld met de graad van lager officier en had toegang tot de Mess officieren. Niet gehuwde onderwijzers en onderwijzeressen kregen een kamer in de Mess Officieren. Nogal wat jonge actieve Officieren en KRO’s leerden hun toekomstige vrouw (toen lerares) kennen in die Mess Officieren; dat was trouwens ook het geval voor één van de KRO’s van 1 Cie Mat.

Van kabeltelevisie was begin der 70-tiger jaren in Siegen nog geen spraak. Men kon er toen slechts de drie Duitstalige programma’s ontvangen: ARD, WDR en ZDF.  De radio-uitzendingen vanuit België, op de middengolf, waren er niet te ontvangen.

GSM’s bestonden nog niet en de militairen die met hun gezin in de BSD woonden beschikten in hun woningen ook niet over telefoon. De kontakten met het thuisfront gebeurden vooral via brieven. De dienstplichtigen konden brieven tot 50 gram gratis versturen en ontvangen, mits de vermelding MD in de rechter bovenhoek. De hen toe te zenden brieven moesten het SPB-nummer dragen (Secundair Post Bureel nummer); voor Siegen was dat SPB 3.
Er lagen wel telefoonkabels (een militair netwerk) naar de militaire kwartieren, maar geen privélijnen naar de woonzones van de militairen. Vanuit het kwartier of een openbare telefooncel kon men mits betaling naar België bellen.

Ingezonden door Eric Van Berghen (ex 2de in bevel van 1 Cie Ord / 1 CieMat)

| Commentaren (3) | 11:52 | walter van staay |  Facebook | | | Permalink |  Print

Commentaren

Een beetje meer uitleg over SPB - BPS:

In elk garnizoen was er een SPB (Secundair Post Bureel). In het Frans BPS (Bureau Postal secondaire).
Het was een onderafdeling van de Belgische post waarin geen militairen, maar burgerpersoneel van de post werkte.

Oorspronkelijk kregen de beroepsmilitairen in de BSD hun maandwedde in Belgische franken uitbetaald via een Cheque. Die konden ze innen in het SPB. In de 70-tiger jaren werden ambtenaren (en dus ook de beroepsmilitairen) er toe verplicht een postchequerekening te openen waarop hun maandwedde dan gestort werd. In het SPB konden ze dan geld afhalen van hun postchequerekening. In die tijd had nog haast niemand een bankrekening; de postcheque was toen een begrip.

In het SPB-kantoor kon men in de BSD ook terecht om betalingen (overschrijvingen) te doen of brieven en pakjes te versturen.

De verwijderingsvergoeding waarop beroepsmilitairen in de BSD recht hadden, werd niet door het SPB maar door de "Sectie Personeel" in de eenheid uitbetaald en dit in Deutsche Marken.
In de "Sectie Personeel" kregen ook de dienstplichtigen hun soldij uitbetaald in Belgische franken.

Elke eenheid beschikte bovendien over een eigen militaire postbode die de private (niet militaire) post verdeelde en ophaalde binnen de eenheid; dat werd dus niet gedaan door het burgerpersoneel van het SPB.

De militaire briefwisseling (die geheime of vertrouwelijke documenten kon bevatten) werd uiteraard via andere meer geëigende kanalen dan "de post" verstuurd.

Gepost door: Eric Van berghen | 31-03-13

Reageren op dit commentaar

Ik ben op zoek naar Adjt Koudijzer was in 202 cie Mat jaar 1981-1982.

Gepost door: Westbroek Jean | 04-06-14

Reageren op dit commentaar

Ik ben indertijd als 12-jarige in het bewuste Militair hospitaal in Keulen geopereerd voor een acute blindedarmontsteking. Was in de paasvakantie bij oom-beroepsmilitair die Cpl-RP was in dit hospitaal. Appendix stond op springen zoals dat heet en in België waren de dokters in staking (je vind er alles over op Google: Artsenstaking 1964). Eerst werd geopteerd om mij over te vliegen naar België met een helikopter maar gezien er ginder geen soelaas te verwachten was ben ik dus in allerijl naar het hospitaal overgebracht en meteen geopereerd. Dit schiet me nu weer te binnen bij het lezen van bovenstaand commentaar van Eric Van Berghen. Kijk ook eens op Google bij 'Siegen - Legerdienst' en daarna bij 'Keulen" - militair hospitaal, daar zie je een foto van de ingang van het MH. Grts. Bernard Verhelst.

Gepost door: Bernard Verhelst | 19-03-15

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.